2. Meldingen
2025
2.1 Meldingen per categorie 2016-2025
In 2025 heeft de commissie drie meldingen ontvangen van een late zwangerschapsafbreking. Er zijn geen meldingen ontvangen van levensbeëindiging bij pasgeborenen. Er is één melding van levensbeëindiging van een kind van 1 jaar tot 12 jaar ontvangen. Deze melding zal in 2026 door de commissie worden beoordeeld en is daarom niet meegenomen in dit jaarverslag.
In paragraaf 2.2 vindt u de samenvattingen van de drie meldingen van een late zwangerschapsafbreking. De commissie kwam in alle drie de meldingen tot het oordeel dat de arts heeft gehandeld conform de zorgvuldigheidseisen die zijn vastgelegd in de Regeling.
Onderstaande tabel presenteert de cijfers van meldingen sinds 2016.
- LZA: Late zwangerschapsafbreking
- LP: Levensbeëindiging bij pasgeborenen
- LK 1-12: Levensbeëindiging bij kinderen van 1 tot 12 jaar
|
Jaar |
LZA |
LP |
LK 1-12 |
Totaal |
|
2025 |
3 |
1 |
4 | |
|
2024 |
2 |
2 | ||
|
2023 |
8 |
8 | ||
|
2022 |
4 |
4 | ||
|
2021 |
6 |
6 | ||
|
2020 |
3 (1 melding onbevoegd) |
3 | ||
|
2019 |
1 |
1 | ||
|
2018 |
6 |
6 | ||
|
2017 |
2 |
1 |
3 | |
|
2016 |
1 |
1 | ||
|
Totaal |
36 |
1 |
1 |
38 |
2.2 Meldingen en beoordelingen 2025
De meldingen die door de commissie zijn beoordeeld in 2025 zijn geanonimiseerd en hieronder samengevat.
Melding 1
Feiten en omstandigheden
- Diagnose en prognose
Na uitgebreid echoscopisch onderzoek bleek bij de ongeborene een afwijkende hersenontwikkeling. Daaropvolgend bleek uit vruchtwateronderzoek dat er sprake was van een cytomegalovirus (CMV) infectie. CMV-infectie is een bekende oorzaak van aangeboren hersenschade.
De prognose was somber. Naar verwachting zou het kind zeer ernstig verstandelijk meervoudig beperkt zijn. Er zou sprake zijn van spasticiteit, slechthorendheid en een visuele beperking. Naar grote waarschijnlijkheid zou het kind zeer moeilijk behandelbare epilepsie hebben. Het kind zou niet zelfredzaam zijn en volledig zorg-afhankelijk.
Er waren geen behandelmogelijkheden om de prognose te verbeteren.
- Lijden bij kind en moeder
Het lijden dat bij het kind was voorzien, bestond uit blijvende zeer ernstige meervoudige beperkingen, pijnlijke spasmen en zware epilepsie. Communicatie zou gelet op de visuele beperkingen en te verwachten doofheid zeer minimaal zijn. Hoogfrequente ziekenhuisbezoeken waren te verwachten. Het kind zou nooit zelfstandig kunnen functioneren en zorg-afhankelijk zijn bij alle dagelijkse levensverrichtingen. De moeder en de vader van het kind leden onder de geschetste sombere prognose en voelden zich zeer machteloos. De ouders werden gedurende het gehele traject begeleid door een verlies-counselor.
-
Bespreking binnen eigen behandelteam en second opinion
De beslissing tot de late zwangerschapsafbreking is besproken in een multidisciplinair teamoverleg in het eigen ziekenhuis. Er heeft ook een onafhankelijke consultatie plaatsgevonden in een ziekenhuis buiten de eigen regio. Uit het dossier bleek dat er onder de aanwezige specialisten van de overleggen in de verschillende ziekenhuizen consensus was over de diagnose en prognose en het honoreren van het verzoek tot late zwangerschapsafbreking.
- Uitvoering
Bij een zwangerschapsduur van 32+6 weken - dat wil zeggen 32 weken en 6 dagen - heeft de arts de late zwangerschapsafbreking verricht. De arts heeft systemische verdoving toegediend aan de ongeborene, waarna de afbreking van de zwangerschap is uitgevoerd door kaliumchloride intracardiaal (in het hart) toe te dienen, waarna de ongeborene overleed. Na de uitvoering werd de bevalling opgewekt, met behulp van misoprostol. Twee dagen later vond de bevalling plaats en kwam het kind levenloos ter wereld.
Overwegingen van de commissie
De commissie overweegt dat de gestelde diagnose en prognose van zodanige aard zijn dat medische levensverlengende behandeling na de geboorte zinloos wordt geacht. Er bestaat geen redelijke twijfel over de diagnose en de daarop gebaseerde prognose. Deze diagnose werd gesteld op basis van beeldvormend en microbiologisch onderzoek.
- Actueel of te voorzien uitzichtloos lijden bij ongeborene
Op grond van de hierboven onder ‘Diagnose en prognose’ genoemde problematiek is de commissie van oordeel dat de arts tot de overtuiging kon komen dat bij de ongeborene sprake was van te voorzien uitzichtloos lijden. Er waren geen behandelingsmogelijkheden om de prognose te kunnen verbeteren.
- Volledige informatieverstrekking en geen redelijke andere oplossing
De commissie constateert dat de ouders volledig op de hoogte zijn gebracht en uitgebreid zijn voorgelicht, ook over het alternatief van het uitdragen van de zwangerschap. Dit blijkt uit de verslaglegging van de arts. De arts is met de ouders tot de conclusie gekomen dat er geen andere redelijke oplossing was.
- Uitdrukkelijk verzoek moeder om beëindiging van de zwangerschap
De commissie maakt uit de verslaglegging op dat de moeder en vader hebben verzocht om beëindiging van de zwangerschap. Uit de verslaglegging blijkt dat het verzoek vrijwillig en consistent was en het besluit tot afbreking van de zwangerschap weloverwogen is genomen.
- Ten minste één onafhankelijke arts geraadpleegd
De commissie stelt vast dat het verzoek tot afbreking van de zwangerschap is besproken tijdens een multidisciplinair overleg in het eigen medisch centrum en ook buiten de eigen regio in het kader van een onafhankelijke beoordeling. Uit de ontvangen stukken blijkt dat er consensus bestond over de diagnose en prognose en het honoreren van het verzoek tot late zwangerschapsafbreking.
- Medisch zorgvuldige uitvoering
De commissie concludeert dat de uitvoering van de late zwangerschapsafbreking medisch zorgvuldig is geweest.
Oordeel
De commissie is van oordeel dat de arts heeft gehandeld overeenkomstig de geldende zorgvuldigheidseisen.
Melding 2
Feiten en omstandigheden
- Diagnose en prognose
Uit prenataal beeldvormend onderzoek (echo en MRI) en vruchtwaterpunctie bleek dat de ongeborene ernstige hersenafwijkingen en multi-orgaanschade had ten gevolge van een bewezen CMV-infectie. De afwijkingen omvatten onder andere microcefalie (pathologisch klein hoofd) ventriculomegalie (vergrote hersenholtes), polymicrogyrie (te veel en te kleine hersenplooien), calcificaties in de hersenen (kalkafzettingen in de hersenen), hepatomegalie (vergrote lever) en splenomegalie (vergrote milt).
De prognose was zeer somber: meervoudige ernstige tot zeer ernstige handicaps, motorische beperkingen met rolstoelafhankelijkheid, visusstoornissen, doofheid en een grote kans op ernstige, moeilijk behandelbare epilepsie vanaf de geboorte. Zowel prenataal als postnataal waren er geen behandelmogelijkheden die de prognose zouden kunnen beïnvloeden.
- Lijden bij kind en moeder
Het te voorziene lijden van het kind bestond uit volledige zorgafhankelijkheid bij alle dagelijkse levensverrichtingen, ernstige verstandelijke beperkingen, motorische en zintuiglijke beperkingen en een zeer grote kans op moeilijk behandelbare epilepsie. De moeder had veel verdriet over de slechte vooruitzichten voor het kind.
- Bespreking binnen eigen behandelteam en second opinion
Het verzoek tot zwangerschapsafbreking is besproken in multidisciplinaire overleggen in het behandelend ziekenhuis. Daarnaast heeft in een ander ziekenhuis een onafhankelijke beoordeling plaatsgevonden. Uit het dossier blijkt dat er bij zowel de behandelend specialisten als bij de specialisten van de onafhankelijke beoordeling overeenstemming bestond over de diagnose, de prognose en het honoreren van het verzoek tot late zwangerschapsafbreking.
- Uitvoering
De zwangerschapsafbreking werd uitgevoerd bij 35+3 weken (35 weken en 3 dagen). De arts diende systemische pijnstilling aan de foetus toe en vervolgens werd de foeticide verricht door intracardiale toediening van kaliumchloride. De bevalling werd ingeleid met misoprostol en vond de volgende dag plaats. Het kind kwam levenloos ter wereld.
Overwegingen van de commissie
De commissie overweegt dat de gestelde diagnose en prognose van zodanige aard waren dat een levensverlengende medische behandeling na de geboorte zinloos zou zijn. Er bestond geen redelijke twijfel over de diagnose en prognose. Deze diagnose werd op basis van beeldvormend en microbiologisch onderzoek gesteld.
- Actueel of te voorzien uitzichtloos lijden bij ongeborene
De commissie is van oordeel dat de arts tot de overtuiging kon komen dat bij de ongeborene sprake was van te voorzien uitzichtloos lijden, gezien de ernstige verstandelijke, motorische en zintuiglijke beperkingen en volledige zorgafhankelijkheid. Er waren geen behandelingsmogelijkheden om de prognose te kunnen verbeteren.
- Volledige informatieverstrekking en geen redelijke andere oplossing
De commissie constateert dat de ouders volledig zijn geïnformeerd over de diagnose, prognose en mogelijke alternatieven, waaronder het uitdragen van de zwangerschap en levensbeëindiging na geboorte. Na uitgebreide gesprekken kwamen de ouders met de arts tot de conclusie dat er geen andere redelijke oplossing was dan zwangerschapsafbreking.
- Uitdrukkelijk verzoek moeder om beëindiging van de zwangerschap
De commissie stelt vast dat uit de verslaglegging blijkt dat de moeder heeft verzocht om beëindiging van de zwangerschap. Zij werd in dit verzoek ondersteund door haar partner, de vader van het kind. Het verzoek was vrijwillig, weloverwogen en is meerdere malen herhaald.
- Ten minste één onafhankelijke arts geraadpleegd
De commissie stelt vast dat het verzoek tot afbreking van de zwangerschap is besproken. in multidisciplinaire overleggen in het behandelend ziekenhuis. Daarnaast heeft in een ander ziekenhuis een onafhankelijke beoordeling plaatsgevonden. Uit het dossier blijkt dat bij de betrokken specialisten in zowel het behandelend ziekenhuis als het second opinion-ziekenhuis consensus bestond over de diagnose, de prognose en het honoreren van het verzoek.
- Medisch zorgvuldige uitvoering
De commissie concludeert dat de uitvoering van de late zwangerschapsafbreking medisch zorgvuldig is geweest.
Oordeel
De commissie is van oordeel dat de arts heeft gehandeld overeenkomstig de geldende zorgvuldigheidseisen.
Melding 3
Feiten en omstandigheden
- Diagnose en prognose
Uit prenataal onderzoek (GUO, herhaalde echo’s, MRI en vruchtwaterpunctie) bleek dat de ongeborene ernstige structurele hersenafwijkingen had ten gevolge van een congenitale (aangeboren) CMV-infectie. De bevindingen omvatten onder meer microcefalie (pathologisch kleine hoofdomtrek), sterk achterblijvende gyrering (onvoldoende ontwikkeling van hersenplooien), een smalle corticale mantel (dunne hersenschors), wijdverspreide calcificaties (kalkafzettingen) in de hersenen, cystevorming rond de ventrikels (vochtholtes rond de hersenkamers), afwijkingen van de witte stof (beschadiging van de banen die hersengebieden verbinden) en tekenen van polymicrogyrie (te veel en te kleine hersenplooien). Ook was sprake van een algehele foetale groeiachterstand.
De prognose was uiterst somber. Het kind zou zeer ernstig verstandelijk en meervoudig beperkt zijn, met volledige zorgafhankelijkheid. Er was sprake van een ernstige psychomotorische ontwikkelingsstoornis, zeer moeilijk behandelbare epilepsie, spasticiteit, visusstoornissen en doofheid. Er waren geen behandelmogelijkheden die deze prognose konden verbeteren.
- Lijden bij kind en moeder
Het te voorziene lijden van het kind bestond uit een combinatie van zeer moeilijk behandelbare epilepsie, ernstige motorische, cognitieve en zintuiglijke beperkingen en volledige zorgafhankelijkheid bij alle dagelijkse levensverrichtingen. De moeder was intens verdrietig en wilde haar kind een leven vol lijden besparen.
- Bespreking binnen eigen behandelteam en second opinion
Het verzoek is besproken in een multidisciplinair overleg (MDO) in het behandelend ziekenhuis, waar consensus bestond over diagnose, prognose en het honoreren van het verzoek. Daarnaast vond een onafhankelijke beoordeling plaats in een ander ziekenhuis. Daar werden de diagnose en prognose bevestigd, evenals het besluit om het verzoek tot late zwangerschapsafbreking te honoreren.
- Uitvoering
De zwangerschapsafbreking werd uitgevoerd bij 30+2 weken (30 weken en 2 dagen). De arts diende systemische pijnstilling toe aan de ongeborene, waarna foeticide werd verricht door intracardiale toediening van kaliumchloride, waarop de ongeborene overleed. Vervolgens werd de baring ingeleid met misoprostol. Twee dagen later vond de bevalling plaats en kwam het kind levenloos ter wereld.
Overwegingen van de commissie
De commissie overweegt dat de aangeboren hersenafwijkingen van zodanige ernst waren dat na de geboorte zou worden afgezien van levensverlengend medisch handelen. Er was naar heersend medisch inzicht geen redelijke twijfel over de diagnose en de daarop gebaseerde prognose.
- Actueel of te voorzien uitzichtloos lijden bij ongeborene
Op grond van de hierboven onder ‘Diagnose en prognose’ genoemde problematiek is de commissie van oordeel dat de arts tot de overtuiging kon komen dat bij de ongeborene sprake was van te voorzien uitzichtloos lijden. Er waren geen behandelingsmogelijkheden om de prognose te kunnen verbeteren.
- Volledige informatieverstrekking en geen redelijke andere oplossing
De commissie constateert dat de ouders volledig op de hoogte zijn gebracht en uitgebreid zijn voorgelicht, ook over het alternatief van het uitdragen van de zwangerschap. Dit blijkt uit de verslaglegging van de arts. Gelet hierop is de arts in overleg met de ouders tot de conclusie gekomen dat er geen redelijke andere oplossing was.
- Uitdrukkelijk verzoek moeder om beëindiging van de zwangerschap
De commissie maakt uit de verslaglegging op dat de vrouw en haar partner hebben verzocht om beëindiging van de zwangerschap. Uit de verslaglegging blijkt dat het verzoek vrijwillig en consistent was en het besluit tot beëindiging van de zwangerschap weloverwogen is genomen.
- Ten minste één onafhankelijke arts geraadpleegd
Het verzoek is besproken in een MDO in het behandelend ziekenhuis en er heeft een onafhankelijke consultatie plaatsgevonden in een ander ziekenhuis. In beide ziekenhuizen bestond consensus over diagnose, prognose en het honoreren van het verzoek.
- Medisch zorgvuldige uitvoering
De commissie concludeert dat de late zwangerschapsafbreking medisch zorgvuldig is uitgevoerd.
Oordeel
De commissie is van oordeel dat de arts heeft gehandeld overeenkomstig de geldende zorgvuldigheidseisen.