Beoordelingsprocedure
De beoordelingscommissie LZA/LP&K ontvangt van de arts een melding nadat de arts een late zwangerschapsafbreking heeft uitgevoerd of een levensbeëindiging bij een pasgeborene of kind van 1-12 jaar. Het is de taak van de beoordelingscommissie LZA/LP&K om te beoordelen of de arts zorgvuldig heeft gehandeld.
Geldende regels
Volgens de wet is een late zwangerschapsafbreking of levensbeëindigend handelen bij een pasgeborene of kind van 1-12 jaar in beginsel strafbaar (artikel 82a, 289 en 296 Wetboek van Strafrecht). Het Openbaar Ministerie (OM) besluit of tot strafrechtelijke vervolging zal worden overgegaan. De beoordelingscommissie toetst het handelen van de betreffende arts en zet dit in een oordeel. Dit oordeel wordt naar het OM gestuurd. Het oordeel van de beoordelingscommissie geldt als een zwaarwegend advies aan het OM, die vervolgens tot een zelfstandig oordeel komt.
Voordat een melding bij de beoordelingscommissie komt
- Bij een voorgenomen late zwangerschapsafbreking of levensbeëindiging bij een pasgeborene of kind van 1-12 jaar licht de arts de ouder(s) in over de procedure.
- De ouder(s) dient/dienen in te stemmen met de procedure en het doorsturen van het onderliggend dossier naar de betrokken instanties. Indien geen toestemming wordt verkregen van de ouder(s) kan de arts tot het besluit komen de procedure niet voort te zetten.
- Een onafhankelijk arts dient te worden geraadpleegd tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is.
- De arts stelt de gemeentelijke lijkschouwer op de hoogte van de door hem of haar uitgevoerde late zwangerschapsafbreking of levensbeëindiging.
- De gemeentelijk lijkschouwer schouwt het lichaam en gaat na hoe en met welke middelen het leven is beëindigd.
- Vervolgens neemt de gemeentelijke lijkschouwer contact op met de officier van justitie die het verlof tot begraven of cremeren afgeeft.
- De lijkschouwer heeft verder geen rol in de meldingsprocedure.
Melding
- De arts stuurt het door hem/haar ingevulde meldingsformulier inclusief alle relevante aanvullende documenten naar de beoordelingscommissie.
- De arts moet binnen drie maanden na de late zwangerschapsafbreking, of de levensbeëindiging bij de pasgeborene of het kind van 1-12 jaar, melding doen bij de beoordelingscommissie.
- De arts verstrekt het volledig ingevulde meldingsformulier, inclusief alle relevante aanvullende documenten, aan de beoordelingscommissie.
Commissie beoordeling
- De beoordelingscommissie komt bijeen om de binnengekomen melding te beoordelen.
- De beoordelingscommissie vergadert elke 8 weken .
- Een beoordelingscommissie bestaat uit 6 personen. Een voorzitter, vier gespecialiseerde artsen en een ethicus.
- In een commissievergadering wordt de binnengekomen stukken van de melding doorgenomen.
- De beoordelingscommissie beoordeelt op basis van de stukken of de arts zorgvuldig heeft gehandeld (zie zorgvuldigheidseisen hieronder)
- Indien nodig kan de beoordelingscommissie extra stukken opvragen of kan de betreffende arts worden uitgenodigd voor een mondelinge toelichting.
- De commissie geeft artsen standaard de gelegenheid om de melding mondeling toe te lichten, zoals haar reglement voorschrijft.
Oordeel
- De beoordelingscommissie stelt een oordeel op waarin staat of zij vinden dat wel of niet overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen is gehandeld.
- Een samenvatting van het oordeel van de beoordelingscommissie wordt geanonimiseerd op deze site gepubliceerd.
Vervolg
- Komt de beoordelingscommissie tot het oordeel dat overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen is gehandeld, dan stuurt zij haar oordeel door naar het OM. Het OM kan dan besluiten al dan niet tot vervolging over te gaan.
- Het oordeel van de commissie geldt als een zwaarwegend advies aan het OM die een zelfstandig oordeel geeft inzake late zwangerschapsafbrekingen en levensbeëindiging bij pasgeborenen en kinderen van 1-12 jaar.
- Komt de beoordelingscommissie tot het oordeel dat niet overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen is gehandeld, dan stuurt de beoordelingscommissie haar oordeel door naar het OM en de IGJ. Deze instanties beoordelen elk naar eigen bevoegdheid en verantwoordelijkheid of en zo ja welke stappen moeten worden ondernomen.
- Het oordeel van de beoordelingscommissie geldt als een zwaarwegend advies aan het OM. Het OM geeft op haar beurt een zelfstandig oordeel over late zwangerschapsafbrekingen en levensbeëindiging bij pasgeborenen en kinderen van 1-12 jaar.
Juridisch kader
Late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging van pasgeborenen en kinderen van 1 tot 12 jaar zijn strafbare handelingen. Maar het Openbaar Ministerie (OM) kan beslissen om niet tot strafrechtelijke vervolging over te gaan als er voldaan is aan de zorgvuldigheidseisen die hieronder beschreven zijn. De commissie adviseert het OM of er wel of niet is voldaan aan de zorgvuldigheidseisen.
Late zwangerschapsafbreking
De arts heeft zorgvuldig gehandeld indien:
- de arts de overtuiging heeft gekregen dat de ongeborene een aandoening of een combinatie van aandoeningen heeft die van zodanige aard is dat na de geboorte zou worden afgezien van een medische behandeling, omdat ingrijpen naar heersend medisch inzicht zinloos zou zijn en naar heersend medisch inzicht geen redelijke twijfel bestaat over de diagnose en de daarop gebaseerde prognose.
- de arts de overtuiging heeft gekregen dat bij de ongeborene sprake is van een actueel of te voorzien uitzichtloos lijden.
- de arts de ouders volledig op de hoogte heeft gesteld van de diagnose en de daarop gebaseerde prognose. Dit houdt onder andere in dat de arts met de ouders tot de overtuiging is gekomen dat er voor de situatie waarin de ongeborene zich bevindt geen redelijke andere oplossing is.
- de moeder uitdrukkelijk heeft verzocht om beëindiging van de zwangerschap wegens lichamelijk of psychisch lijden onder de situatie.
- de arts ten minste één andere, onafhankelijke arts heeft geraadpleegd, die schriftelijk zijn oordeel heeft gegeven over de hiervoor genoemde zorgvuldigheidseisen, of, indien een onafhankelijke arts redelijkerwijs niet kon worden geraadpleegd, het behandelteam heeft geraadpleegd, dat schriftelijk zijn oordeel heeft gegeven over de hiervoor genoemde zorgvuldigheidseisen.
- de afbreking van de zwangerschap medisch zorgvuldig is uitgevoerd.
Levensbeëindiging bij pasgeborenen
De arts heeft zorgvuldig gehandeld indien:
- naar overtuiging van de arts sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de pasgeborene, hetgeen onder andere betekent dat het staken van de medische behandeling gerechtvaardigd is, dat wil zeggen dat naar heersend medisch inzicht vast staat dat ingrijpen zinloos is en naar heersend medisch inzicht geen redelijke twijfel bestaat over de diagnose en de daarop gebaseerde prognose.
- de arts de ouders volledig op de hoogte heeft gesteld van de diagnose en de daarop gebaseerde prognose en dat de arts met de ouders tot de overtuiging is gekomen dat voor de situatie waarin de pasgeborene zich bevond geen redelijke andere oplossing was.
- de ouders hebben ingestemd met de levensbeëindiging.
- de arts ten minste één andere, onafhankelijke arts heeft geraadpleegd, die schriftelijk zijn oordeel heeft gegeven over de hiervoor genoemde zorgvuldigheidseisen, of, indien een onafhankelijke arts redelijkerwijs niet kon worden geraadpleegd, het behandelteam geraadpleegd, dat schriftelijk zijn oordeel heeft gegeven over de hiervoor genoemde zorgvuldigheidseisen.
- de levensbeëindiging medisch zorgvuldig is uitgevoerd.
Levensbeëindiging bij kinderen van 1 tot 12 jaar
Voor deze categorie kinderen van 1 tot 12 jaar geldt als uitgangspunt dat levensbeëindiging de enige mogelijkheid moet zijn om het uitzichtloos en ondraaglijk lijden van het kind op te heffen en dat het handelen van de arts naar heersend medisch inzicht zorgvuldig moet zijn.
In verband met het beperkte aantal casussen is verdere normontwikkeling nodig voordat zorgvuldigheidseisen in de Regeling kunnen worden opgenomen. Bij het beoordelen van een melding van levensbeëindiging bij kinderen van 1 tot 12 jaar zal de commissie in ieder geval de zorgvuldigheidseisen meewegen zoals die op 2 oktober 2024 zijn geaccordeerd door het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK). Deze zorgvuldigheidseisen zijn geformuleerd door een expertgroep die ingesteld werd door de NVK, met betrokkenheid vanuit het Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg.
Daarnaast neemt de beoordelingscommissie in haar beoordeling de zorgvuldigheidseisen mee uit de Regeling die gelden voor levensbeëindiging bij pasgeborenen.
- Late zwangerschapsafbreking
Een behandeling gericht op het afbreken van een zwangerschap na 24 weken omdat bij de ongeborene sprake is van één of meer aandoeningen die tot ernstige en niet te herstellen functiestoornissen leidt of leiden of omdat voor de ongeborene naar redelijke verwachting een beperkte kans op overleven bestaat, met als beoogd gevolg het overlijden van de ongeborene.
Voorbeelden hiervan zijn (niet limitatief): complexe spina bifida, progressieve hydrocephalus, ernstige vorm van holoprosencefalie.
Iedere afbreking die gestart is vanaf 24 weken en 0 dagen. Indien de afbreking gestart wordt vóór 24 weken en 0 dagen, maar de bevalling vindt plaats ná 24 weken en 0 dagen, dan is dat geen late zwangerschapsafbreking in de zin van de Regeling. - Levensbeëindiging
Een behandeling gericht op de beëindiging van het leven van een pasgeborene (0 tot 12 maanden) of een kind van 1 tot 12 jaar omdat er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. - Arts
De arts die de verrichting heeft gedaan die heeft geleid tot late zwangerschapsafbreking of levensbeëindiging bij een pasgeborene of kind van 1 tot 12 jaar. - Behandelteam
Het team van de eigen afdeling van de arts alsmede de bij de diagnostiek en het beleid in de desbetreffende casus betrokken deelspecialisten. - Onafhankelijke arts
Arts die geen behandelrelatie heeft met de patiënt, dat wil zeggen inhoudelijke betrokkenheid bij de diagnostiek en het beleid in de desbetreffende situatie, en die deskundig is inzake de aandoening van de ongeborene dan wel de pasgeborene of het kind. Bij een late zwangerschapsafbreking betreft deze betrokkenheid de moeder, bij levensbeëindiging van een pasgeborene de pasgeborene zelf, en bij kinderen van 1 tot 12 jaar het kind zelf. Het heeft de voorkeur dat de onafhankelijk arts uit een ander centrum of ziekenhuis komt, maar dit is geen verplichting volgens de Regeling. De onafhankelijke arts dient alle zorgvuldigheidseisen in zijn beoordeling te betrekken. - Behandelrelatie
Inhoudelijke betrokkenheid bij de diagnostiek en het beleid in de desbetreffende casus. - Melding
Verplichte kennisgevingdoor de arts van een late zwangerschapsafbreking of van een levensbeëindiging van een pasgeborene of kind van 1 tot 12 jaar door middel van de daartoe vastgestelde modelverslagen aan de beoordelingscommissie. - Oordeel
De uitkomst van de beoordeling door de beoordelingscommissie van de zorgvuldigheid van het handelen van de arts bij late zwangerschapsafbreking, levensbeëindiging bij een pasgeborene of een kind van 1 tot 12 jaar.